Op deze pagina vindt u de informatie over recreatie en toerisme afkomstig van de gezamenlijke waddenoverheden met feiten en figuren van jaar tot jaar:
Bij de meeste sluizen die de Nederlandse binnenwateren verbinden met de Waddenzee wordt sinds het begin van de jaren tachtig het aantal passerende recreatievaartuigen naukeurig geregistreerd. Dit gebeurt bij de sluizen van Den Helder, Den Oever, Kornwerderzand, Harlingen, Lauwersoog en Delfzijl. Ook passeert een klein aantal vaartuigen de sluizen bij Termuntenzijl en Nieuw Statenzijl.
Aantal sluispassages
Sinds begin jaren 80 is het aantal sluispassages gestaag toegenomen, van 60.000 in 1982 tot 100.000 eind jaren 90. Begin 2000 was er weer een stijging te zien in het aantal sluispassages naar 120.000. De laatste 5 jaar schommelt het aantal sluispassages rond de 120.000.
De meeste wadlopers betreden het wad onder begeleiding van een wadlooporganisatie met een A-vergunning. Er zijn 7 wadlooporganisaties. Deze organisaties hebben in een Convenant Wadlopen met de provincies afspraken gemaakt over het aantal deelnemers per organisatie dat jaarlijks mag worden rondgeleid. Het quotum van de zeven organisaties samen bedraagt 50.500 deelnemers op jaarbasis.
Aantal deelnemers bij tochten met de 7 Wadlooporganisaties (A-vergunningshouders)
Het aantal deelnemers wordt uiteraard sterk beïnvloed door de weersomstandigheden. In 2008 zijn met de 7 wadlooporganisaties in totaal 26.597 personen het wad op geweest. Dat is iets meer dan in 2007, toen waren het er 24.964.
De totaal aantallen blijven daarmee ruim onder de met de organisaties afgesproken limiet van 50.500. In de figuur zijn de aantallen deelnemers per wadlooporganisatie per jaar weergegeven. Na een afname begin 2000 schommelt het aantal deelnemers de laatste 5 jaar rond de 25.000.
Aantal B-vergunningen
B-vergunninghouders mogen groepen rondleiden van maximaal 12 deelnemers. Ruim de helft van de vergunninghouders is tevens gids bij een wadlooporganisatie met een A-vergunning. Al bij de invoering van de verordening werd afgesproken dat de tochten georganiseerd door deze vergunninghouders meetellen voor het quotum van de wadlooporganisaties.
Voor het seizoen 2008 werden 130 B-vergunningen verstrekt, waarvan 37 routegeonden. In totaal werden in 2008 5.496 deelnemens over het Wad geleid. In 2007 waren dit nog 137 B-vergunningen waarvan 35 routegebonden. In totaal werden in 2007 5.244 deelnemers over het Wad geleid. In 2006 ging het om 129 B-vergunningen waarvan 34 routegebonden met 7.107 deelnemers. In 2005 ging het om 132 vergunningen met 2.604 deelnemers (opgave niet compleet), in de periode 2001 tot en met 2004 werden tussen de 131 en 132 vergunningen verstrekt en varieerde het aantal deelnemers van 4.933 tot 5.682 per jaar. De aantallen deelnemers van de A- en B-vergunningen samen blijven onder de afgesproken limiet van 50.500.
Aantal C-vergunningen
Voor C-vergunninghouders geldt dat er geen deelnemers meegenomen mogen worden. Er wordt van deze groep geen tochtenopgave gemaakt. Het aantal C-vergunninghouders schommelt de afgelopen jaren zo rond de 30.
Aantal ontheffingen
Naast het reguliere wadlopen is het mogelijk in bepaalde gebieden natuureducatieve tochten te organiseren.
In 2008 werd aan 24 organisaties ontheffing verleend voor het houden van natuureducatieve excursies, in 2007 waren dat er 22, in 2006 19. Hiervoor zijn in totaal 25 gebieden aangewezen waar deze tochten kunnen plaatsvinden. Aan de door deze organisaties georganiseerde excursies hebben in 2008 53.753 mensen deelgenomen, in 2007 waren dat er 46.329 (bijgewerkt cijfer in 2009), in 2006 waren dat er nog 53.847 . Vanaf 2003 was er een aanzienlijke stijging van het aantal deelnemers aan natuureducatieve tochten. Deze stijging komt voornamelijk, voor rekening van natuureducatieve tochten vanuit Den Oever. In 2007 is er sprake van een lichte daling van het aantal deelnemers. In 2008 zit het aantal deelnemers weer op het niveau van 2006.
Een overzicht van de cijfers voor de ontheffinghouders over de periode 2001-2008:
2001 46.230 deelnemers
2002 35.963 deelnemers
2003 50.851 deelnemers
2004 51.524 deelnemers
2005 30.132 deelnemers (opgave niet compleet)
2006 53.847 deelnemers
2007 46.329 deelnemers (bijgesteld in 2009)
2008 53.753 deelnemers
In 2005 is door de Stuurgroep Waddenprovincies een onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de recreatievloot op de Waddenzee door middel van luchttellingen. Dit onderzoek is onderdeel van het monitoringsprogramma van de Stuurgroep Waddenprovincies waarbij naast luchttellingen bijvoorbeeld ook gekeken wordt naar de sluispassages en de ontwikkeling van het aantal wadlopers op de Waddenzee. De luchttellingen worden eens in de vijf jaar uitgevoerd. Om tot een goed beeld te komen van de verspreiding van de recreatievaart heeft de Stuurgroep Waddenprovincies de Waddenzee voor dit onderzoek in vijf deelgebieden ingedeeld:
Deelgebied 1: De westelijke Waddenzee.
Deelgebied 2: Het Friese Wad ten noorden van Oost-Terschelling en Ameland.
Deelgebied 3: Het gebied tussen de Engelsmanplaat, Lauwersoog en Schiermonnikoog.
Deelgebied 4: Het Groninger Wad.
Deelgebied 5: De Eems en de Dollard.
Uit de tellingen blijkt dat de meeste recreatieschepen aanwezig zijn in de Westelijke Waddenzee en de minste op het Groninger Wad. Hieronder staan de resultaten per telling en de aantallen recreatieschepen per deelgebied:
| Telling 1 | Telling 2 | Telling 3 | Telling 4 | |
Deelgebied 1 | 316 | 297 | 329 | 130 | |
Deelgebied 2 | 21 | 18 | 73 | 16 | |
Deelgebied 3 | 25 | 33 | 72 | 30 | |
Deelgebied 4 | 6 | 9 | 15 | 2 | |
Deelgebied 5 | 25 | 36 | 33 | 30 |
|
Telling 1 (hoogwatertelling):
De eerste telling vond plaats tijdens het voorseizoen op zondag 15 mei. Het weer was goed tijdens de teldag. Ook de dagen voorafgaand aan de telling was het weer stabiel. Totaal zijn tijdens deze telling 393 jachten geteld. Tijdens de telling van vijf jaar eerder (2000) zijn 327 jachten geteld.
Telling 2 (hoogwatertelling):
De tweede telling vond plaats tijdens het hoogseizoen op zaterdag 23 juli. Totaal zijn tijdens deze telling 393 schepen geteld. Vijf jaar eerder, op een ongeveer gelijk moment in het hoogseizoen, zijn door de Waddenprovincies ongeveer 586 schepen geteld. Het weer was tijdens de telling erg wisselvallig. De dagen voorafgaand aan de telling had het hard gewaaid. Hierdoor waren naar alle waarschijnlijkheid minder schepen op de Waddenzee.
Telling 3 (hoogwatertelling):
De derde telling vond plaats op zaterdag 6 augustus. Het weer was goed tijdens de telling. De dagen voorafgaand aan de telling was het weer wisselvalliger. Totaal zijn tijdens de vlucht 522 schepen geteld. Aangezien er tijdens de telling van 2000 maar drie keer is gevlogen is geen vergelijkingsmateriaal beschikbaar.
Telling 4 (laagwatertelling):
De dagen voorafgaand aan de laatste telling van 2005 was het stormachtig weer. Hierdoor waren weinig schepen op de Waddenzee. Totaal zijn tijdens de vlucht, die op zaterdag 13 augustus plaatsvond, 208 schepen geteld. Tijdens de telling van 2000 zijn in totaal 527 schepen geteld.
afdruk
Ga naar de pagina die u wilt afdrukken en toets vervolgens "Ctrl + P".